|
Een korte
voorgeschiedenis
Bron: L. Van
Genechten, Woef. Het magazine van de hondenvriend, 37/432, 68-69.
|
|
De juiste afkomst van de
cane da pastore Maremmano-Abruzzese (CPMA) is moeilijk te
achterhalen. Sommigen beweren dat de verre voorvaderen bij de
Magyaren en de Toscanen moet gezocht worden. Anderen wijzen dan weer
Tibet aan als heimat. De Kumanen zouden hem dan lang geleden hebben
meegebracht naar Moldavië. Een eerste literaire beschrijving van
een hond die veel weg heeft van de CPMA vinden we reeds in de eerste
eeuw na Christus in "De Re Rustica". |

|
Of
de Italiaanse herdershond nu afkomstig is uit Tibet of uit
Hongarije, feit is dat we aan het begin van de twintigste eeuw twee
types Italiaanse herders hadden. Een eerste type vindt men in de
Maremma, een moerassig kustgebied langs de Thyreense zee, tussen
Cecina en Rome. Het is een breed, afwisselend landschap dat, als men
zich meer van de zee verwijdert, overgaat in een heuvelland. Vooral
schapenboeren vestigden zich hier.
|

|
Door
het zachte klimaat was er in de koudste maanden van het jaar
voldoende gras aanwezig om de kudde in leven te houden.
Tijdens de zomerperiode verdorde echter alles. Dan was de boer
verplicht zijn kuddes naar de berghellingen van Midden-Italië
te brengen. In dit bergachtig gebied, de Abruzzen, trof men
een tweede type hond aan. Het klmaat was er juist omgekeerd.
In de zomermaanden warden de hellingen bezaaid met groene
weiden, in de winter was alles bedekt met een dik
sneeuwtapijt. |
Door
het afwisselend klimaat ontstond er een eeuwenlange trek van herders
met hun schapen en honden. In de zomer verbleef men in de Abruzzen,
in de winter in de Maremma. In beide landstreken trof men een 'witte
herdershond' aan. Opvallend was dat het duidelijk ging om hetzelfde
type hond, maar dat deze uit de Abruzzen groter en zwaarder was en
een veel dikkere en langer vacht had. Logisch als je het klimaat van
de twee streken in het achterhoofd houdt. Tot
in 1951 erkende de Italiaanse Kennel Club (E.N.C.I.) de twee types,
de Maremmano en de Abruzzese, als afzonderlijke rassen. In 1953
diende de rasclub van de Maremmano een voorstel in om de twee rassen
samen te voegen, aangezien het hier toch ging om in oorsprong
gelijke honden. Na veel discussie werd het voorstel aangenomen en in
1958 werd een eerste rasstandaard voor de Cane da Pastore
Maremmano-Abruzzese (CPMA) opgesteld. Om niemand voor het hoofd te
stoten werd besloten om de beide landstreken in de naam van de hond
te behouden.
|