|
Twee versies, allebei
zelfreinigend
Bron: L. Van
Genechten, Woef. Het magazine van de hondenvriend, 37/432,
68-70.
|
|
Momenteel
zien we twee types Maremmano-Abruzzese. Zoals in vele rassen
zijn ook hier het show- en werktype jammer genoeg uit elkaar
gegroeid. Het werktype is minder elegant, zwaarder en logger.
Enkele grote Italiaanse fokkers creëerden hun eigen meer
elegante showtype. Jammer genoeg is het typische hoofd van de
CPMA wel verloren gegaan. Door het uitsluitend letten op
tentoonstellingskwaliteiten, en door de |

|
honden
niet meer voldoende beweging te geven, zien we bij deze
"showers" soms ook gestoorde karakters. Dit ligt echter
niet aan de honden, maar aan de opvoeding. Een CPMA heeft veel
beweging en veel ruimte nodig. Het is geen hond om hele dagen in een
kleine kennel te zetten. Hij moet buiten kunnen spelen en ravotten.
Niettegenstaande zijn enorm uiterlijk, hij is 60-70 centimeter groot
en kan 30 tot 45 kilogram wegen, leeft de CPMA zeer karig.
Hij
eet zeer onregelmatig en is zeker geen liefhebber van vlees. Net
zoals vele oeroude herdershonden verkiest de CPMA buiten te leven,
zowel in de zomer als in de winter. De dikke witte vacht die
voorzien is van een dikke ondervacht, is bestand tegen alle
weersomstandigheden. De bovenvacht biedt een dermate bescherming dat
de ondervacht zelfs nooit vuil wordt. CPMA's houden vooral van regen
en sneeuw omdat deze niet alleen een welgekomen verfrissing vormen,
maar daarbij ook nog de vacht wassen.
Door
zijn oorspronkelijke functie, het zelfstandig hoeden van de kuddes
in de weilanden, is het geen hond om aangelijnd te worden. Het
liefst loopt hij vrij rond op zijn domein. Toch zorgt men best voor
een degelijke afsluiting op zijn domein. Het zwerven zit in hun
karakter en als ze buiten hun domein geraken, kunnen ze niet aan de
drang weerstaan om eens te gaan rondneuzen Wat niet wegneemt dat ze
nooit verloren zullen lopen en steeds naar huis zullen terugkeren.
Door zijn oerinstinct heeft hij ook een enorm gevoel voor
rechtvaardigheid. Leven met een onrechtvaardige baas is voor de CPMA
dan ook onmogelijk. Niettegenstaande het onafhankelijke,
zelfstandige karakter onderwerpt de CPMA zich zonder problemen aan
zijn meester, zolang deze maar consequent is.
|

|
Tegenover
kinderen zijn het echte schatten. Ze zullen meespelen en
indien nodig het kind in bescherming nemen. Vaak zien we de
CPMA ook als waakhond. Toch is hij niet agressief en zeker
niet vechtlustig. Hij zal een indringer benaderen en rustig
rond hem blijven lopen. Hij dwingt hem op een bepaalde afstand
te blijven en zal enkel door zijn houding te kennen geven dat
het veiliger is andere oorden op te zoeken. Vreemden worden
bijna nooit in vertrouwen genomen,
waardoor de |
CPMA soms de indruk geeft angstig te zijn, doch dit is
zeker niet het geval. Ook tegenover soortgenoten neemt hij een
eerder afwachtende houding aan. Hij vermijdt liever onaangename
ontmoetingen. Wat niet wegneemt dat hij en zijn familie, huis en
tuin tot het uiterste zal beschermen. Hij is echter te zelfstandig
om volledig afgericht te worden. Een CPMA laat zich niet tot slaaf
maken. Hij heeft alles over voor zijn meester, zolang deze hem met
respect en eerlijkheid behandelt.
De
CPMA heeft een soort oerinstinct in zich dat er voor zorgt dat hij
de natuurlijke gewoonte heeft de mens als gelijkwaardig te
beschouwen. Hij beschouwt mensen als vrienden en zeker niet als
bazen. Een CPMA is geen hond voor iemand die een onderdanige slaafse
grote hond wil. Hij wordt een echte vriend en geeft zeker zoveel
vriendschap terug als hij krijgt, als hij maar correct en consequent
behandeld wordt. Een gehoorzaamheidstraining is zeker mogelijk, als
men maar in het achterhoofd houdt dat toegeeflijkheid ook één van
de eigenschappen moet zijn van de CPMA-eigenaar. Het is en blijft
een hond die ooit in staat moest zijn om de kuddes te hoeden en te
beschermen. Deze zelfstandigheid is nog steeds aanwezig en mag
niet over het hoofd gezien worden.
|